Hoe zet je communities in voor collaboratie?

Collaboratie effectief inzetten met communities

Volgens professor marketing Steven van Belleghem staat structurele collaboratie centraal in elke goede moderne marketing – en communicatiestrategie. Je betrekt je klanten bij de invulling van content, conversatie en de klantervaring. Omdat te doen zijn er vier online communities die je inzet:

  1. Doorlopende communities met medewerkers
  2. Doorlopende grote, open communities
  3. Doorlopende kleinere, gesloten communities met fans van het bedrijf.
  4. Kortlopende communities

Doorlopende communities met medewerkers

Om je medewerkers effectief met klanten te laten spreken werkt het goed als ze gewend zijn om open te communiceren. Voordeel is dat als het goed gebeurt de medewerkers hier meteen ervaren wat een community aan waarde kan geven

Doorlopende grote, open communities

De meeste bedrijven zijn tegenwoordig actief op sociale media en je kan de volgers zien als een hele grote community, die jou steeds feedback geeft op wat je doet. Daarnaast hebben veel bedrijven ook een eigen community. Denk bijvoorbeeld aan de Nederlandse spoorwegen.

Doorlopende kleinere, gesloten communities met fans van het bedrijf.

Het voordeel van het hebben van een gesloten community is dat de concurrentie niet meekijkt. Door de kleinschaligheid kan je meer diepgang in de gesprekken en in de relaties teweeg brengen. En je creëert exclusiviteit en daardoor – als je het goed doet – fadom en ambassadeurschap onder de leden.

Kortlopende communities

Dit kun je zien als werkgroepen. Met een kleine selectie uit een of verschillende van de andere communities kom je voor een specifiek project samen.


Een andere manier van collaboratie is crowdsourcing

Wat is crowdsourcing?

Crowdsourcing is een overkoepelende term voor een verscheidenheid aan benaderingen die het potentieel van grote massa’s mensen benutten door open oproepen tot het leveren van een bijdrage aan bepaalde taken. Hoewel crowdsourcingbenaderingen veel verschillende vormen kunnen aannemen, wordt het tegenwoordig steeds vaker via het web uitgevoerd (Davis 2011), wat de interactie met een veelheid aan contribuanten over de hele wereld mogelijk maakt. Enkele prominente voorbeelden zijn webplatforms voor probleemoplossing (bijvoorbeeld InnoCentive), kennisaggregatie (Wikipedia, TripAdvisor), gegevensverwerking (ReCaptcha), design (iStockphoto, Threadless) en verdere user-generated content (YouTube, App Store).

Een offline voorbeeld Simon à Campo :

Ik ben voorzitter van het NK jongleren en schrijf hiervoor de reglementen. Hierbij worden samen met de deelnemers de reglementen aangescherpt en de wegingsfactoren bepaald door online surveys en ontmoetingen tijdens festivals. Daarbij maak ik dus gebruik van de kennis van de massa en hun perceptie van een goede jongleur, waardoor uiteindelijk een gemiddeld representatief beeld ontstaat die verwerkt wordt in de formule. Hierdoor kunnen de reglementen direct dynamisch meegroeien met de perceptie van “de beste jongleur” ipv deze zelf voor te schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *